Oy, vey, roepen de honden. De honden worden geleid door een man. Oy, vey, gromt de man. De man wordt geleid door de riem van zijn vader. Oy, vey, gromt niemand terug. Het straatbeeld huivert. Oy, wie is het slachtoffer? Tanden glanzen. De zon, glanzend, stuurt de honden van links naar rechts. Kiezen ze de doorsnee man die wel wat tanden in zijn vlees kan gebruiken? Kiezen ze het lieve meisje dat geen enkele kans krijgt van deze lieve wereld? De zon lacht, fel. In het glanzende zonlicht glanzen de tanden feller. De honden roepen, de honden leiden, de honden kiezen. Oy! Kiezen ze de man, het meisje, of kiezen ze opa en oma, eindelijk samen ten onder in de vorm van taai verorberd vlees, liever dit dan de een na de ander, anderhalf jaar ertussen, en vele blauwe maandagen? 

Nee, de honden kiezen jou. Ik stuur ze naar jou. De honden bestaan niet, maar ze zijn er bijna. Ze rennen en blaffen en ze bestaan niet en voel je ze al knagen? Ze bijten door het leer van je stoffen schoenen. Ze bijten door het stof van je denim in de kleur van kinderarbeid. Je voelt ze nu, hangend, aan de stukken vlees die van jou zijn maar allang niet meer. Kom, dit is angst. Kom, dit is echt angst. Het eerste vlees, los van jou, het bloed dat nu niet meer eerst is, met hele kolossen en kolommen klonterend uit aderen die je nog nooit van die kant gezien hebt. Zie je pees. Het is een gitaarsnaar die één keer geluid maakt en dan nooit meer. Je ziet dit allemaal, je hebt je gezicht nog, voor nu, want er hangt een stel tanden in je wangen. Voel je je wangen loskomen van je gebit? Voel je de lucht stromen op een plek waar nooit lucht hoort te komen? Het stroomt er nu. Je gebrek aan wang is een open raam in een rijdende auto. Voel je de eerlijkheid achter dit allemaal? Dit is dan echtheid. Kom, je bent er nog niet. Ga vechtend ten onder. Strek je onderarm uit totdat de honden blijven hangen. Geef je pezen op, en sla toe, herhaaldelijk, net onder de hals, waar broze botten zitten. Wat? Heb je geen handen meer? Zijn ze afgepakt en uitgespuwd? Lach dan, voor de laatste keer. Lach met vele monden naar deze echte honden. Nee? Lukt het lachen ook niet meer? Zitten je tong en tanden in de war? Ah, lieve lezer, het zit je niet mee. Grom. Als lachen niet meer gaat, grom dan, grom omdat je nog nooit gegromd hebt, grom naar je baas en je ex en naar jezelf, grom grommend tegen het asfalt, kus het asfalt als de liefde, hoop dat ze warm is, als vrouw, en grom: Oy, vey!