Hallo wereld, lieg ik. Er komt een klein beetje licht door de twee gordijnen voor het balkon. De gordijnen zijn gemaakt van doorzichtige lingerie. Ik trek ze uit elkaar niet als een paar billen maar als twee gordijnen. Buiten steek ik een sigaret op. Ik kijk naar de lucht boven de vaalgroene betonnen tuinen. Het is vandaag het soort wit dat pas wit wordt helemaal in de verte. De zon leeft in die verte. Binnen drink ik koffie en paracetamol. Ik moet zo naar werk. Ik ga op de bank zitten en zet de tv aan. Hallo wereld, zeggen de mensen van het journaal. De wereld is van glas. Hallo wereld, joelen de kinderen net voor kerst en op vrijdagmiddag. Hallo wereld, roept het reeds ontmaagde geluk.